In de buurt van het dierenasiel aan de Viaductstraat in Tienen is afgelopen weekend twee keer vuurwerk afgestoken. Uitbater Sébastien Tonneus maakt zich zorgen voor de komende dagen. “Dit zou een warme periode moeten zijn voor mens en dier, maar dat is het voor onze bewoners allesbehalve”, zegt hij. Dat vuurwerk in Tienen al jaren verboden is, maakt de situatie extra wrang.
Zaterdag ging het twee keer mis in de omgeving van het asiel. “In de namiddag werd er vuurwerk afgestoken op een terrein vlak naast het asiel. Niet veel later volgde nog een knal op het Steentjesplein, bij de spoorweg. Dat alles gebeurde op heel korte afstand”, zegt Tonneus. “Dit heeft niets meer met kattenkwaad te maken. Het is gevaarlijk, verboden en gewoon asociaal.” In het asiel verblijven momenteel 26 honden en een vijftigtal katten.
Om hen zo goed mogelijk door de eindejaarsperiode te loodsen, worden elk jaar extra maatregelen genomen. “Binnen zorgen we voor extra geluidsdemping en laten we de radio spelen. In de dagen voor nieuwjaar zetten we het volume geleidelijk hoger, zodat de dieren wat kunnen wennen aan lawaai”, zo legt Tonneus uit. Ook rustgevende middelen worden ingezet, al zijn die geen wonderoplossing.
“Voor sommige honden is de angst bijzonder groot. Ze raken in paniek en zoeken wanhopig een plek om zich te verstoppen. Voor katten voorzien we extra veilige schuilplaatsen. Maar onze aanwezigheid blijft het allerbelangrijkste”, zo klinkt het verder. Die zorg stopt niet bij middernacht. “Tijdens de nieuwjaarsnacht zijn we zelf in het asiel aanwezig om alles op te volgen en snel te kunnen ingrijpen. Dat is intussen een vaste gewoonte geworden, omdat de nood er simpelweg is.”
Dat het vuurwerkverbod in Tienen intussen ook geldt voor het bezit, stemt Tonneus hoopvol. “Toch zijn er de voorbije dagen al vuurpijlen de lucht in gegaan, pal naast het asiel. Dat is bijzonder teleurstellend.” Toch blijft hij hopen op verandering. “Voor veel mensen is vuurwerk een traditie. Maar tradities kunnen evolueren, zeker als we meer rekening houden met dieren”, besluit Tonneus.