Vijfhonderd jaar geleden werd in Tienen al voetbal gespeeld

voetbal oude foto
Vierhonderd jaar later, in 1922, speelde Racing Tienen zijn eerste competitiematchen

Voetbal zoals het nu wordt gespeeld, werd bedacht in het Engeland van de 19de eeuw. Wat niet wegneemt dat er balspelen bestonden die er nauw bij aanleunen. Dat blijkt onder meer in een oude stadsrekening van Tienen uit 1522.

D. Raeymaekers, voor het overige een illustere onbekende, publiceerde daarover een bijdrage in de ‘Annales de la société d’archéologie de Bruxelles’, verschenen in 1902. Vrij vertaald uit een oud Vlaams handschrift kan je lezen “dat er in Tienen een amusement bestond dat “de akker in de Grijpen lopen” heette. Dit vermaak greep in de maandagnamiddag van Tienen Kermis plaats. De magistratuur nodigde alle vooraanstaande burgers en de pastoors met hun parochianen uit. Iedereen was op zijn best gekleed en werd vriendelijk ontvangen door de overheid.”

“Op het afgesproken uur zag men de deelnemers voor het stadhuis samenkomen, vergezeld van keurig geklede jagers en van de lokale jeugd. Iedereen trok naar de afgesproken plaats, vergezeld van vrolijke muziek. Een jager droeg de lederen bal. Ook de burgemeester, de magistratuur en andere inwoners begaven zich naar de afgesproken plaats waar het spel zou doorgaan. De bal werd op het Grijpenveld gegooid en achterna gejaagd door de spelers tot aan de rivier de Mene. Soms werd de bal bijna gevangen, soms zag met een van de spelers in het water van de Mene terecht komen. Uiteindelijk werd de bal toch gevangen. Diegene die de bal kon vastgrijpen, won een prijs.”

Lees verder onder de foto
Annales d'archeologie
Het Brusselse tijdschrift werd verschillende jaren gedrukt bij Peeters in Zoutleeuw

“Het volk keerde dan opgewonden terug langs de Carlowijck dreef (Carlewych was een oud adellijk Tiens geslacht. Michael van Carlewych woonde in de eerste helft van de 16de eeuw aan de Gete – zie hiervoor Kempeneers: Thuis in Thienen). Deze dreef was langs weerskanten beplant met bomen tot aan het moeras. De stedelijke rekeningen van 1522 tot 1548 die nog steeds op de griffie liggen, getuigen van de beloning die de magistratuur aan het volk dat ‘de akker had gelopen’.”

Ook in Geldenaken

“Het spel werd dus in 1522 reeds beoefend in de streek van Tienen-Geldenaken”, schrijft A. Marinus in “De Brabantse Folklore” (1921), “en in stukken van 1780 vindt men er ook sporen van. In een kleine brochure uit 1843 vonden wij belangrijke informatie over een spel dat zeer gelijkt op het voetbal en dat in Geldenaken beoefend werd. Ieder jaar, op 25 maart, vierde men er Maria-Boodschap in de thans verdwenen kapel ‘de la maladrerie’. ’s Namiddags liep men de ‘souic’, een spel dat inmiddels verdwenen is, en die er in bestond een bal met paardenhaar gevuld en met een vel overtrokken, met de grootte van een mensenhoofd, naar een doel te schoppen. Het hoofd van de magistratuur wierp de bal naar de spelers. Die waren opgedeeld in twee ploegen. De eerste ploeg bestond uit gehuwde en de tweede ploeg uit ongehuwde mannen.”

“De winnende partij werd door het hoofd van het stedelijk bestuur gefeliciteerd en met tromgeroffel, gevolgd door de verliezende partij, naar het stadhuis geleid, waar de overwinning gevierd werd door het drinken van menige pint Hoegaards bier.”

Meer informatie hierover kan je vinden in het Hagelands Historisch Documentatiecentrum, stadsarchief Tienen en in “Sport@Tienen”, een bloemlezing uit de Tiense sportgeschiedenis.

De echte liefhebber van het verhaal vindt hier de oorspronkelijke tekst

Op gestelde ure sag men omtrent het stads hotel compareeren een partije oft trouppe van jaegers wel gekleed, ende vele jonkheijd daer hennen gaen, voor uijt gaende een schoon musiek, ende sij vergeselschapten den leëren bal die door eenen jager wierd gedraegen geaccompagneert door den heere meijer ende die magistraet, soo allen het volck op ende omtrent den acker vergadert was, soo wierd desen bal gebannen ende geworpen inden acker tot grijpen, ende voortsgedreven door het volck door tot inde wijden regenoterende riviere mêne, als een amusement ende tot recreatie van het volck, somtijts sag men den bal bijnaer gevangen, somtijts sag men eenen naloper in het water des mêne vallen, den langen leste wierd den bal gevangen en den vasthoudende liefhebber won alsoo eenen prijs, ende het volck keerde lancx den Carlowijck gange ter stadt waerts met vreught ende acclamatie, desen carlowijcx ganck ofte wegh was van wederzijde geplant met boomen tot bij het broeck, wanneer die magistraet eene recreatie gaf aen het volck die den acker hadde geloopen soo ons getuijgen die stadts overgebleve rekeningen van 1522 tot 1548 als ter greffie Liggende, tot de welcke den leser can recours nemen.

Lees meer over