Glabbeek weer loodrecht tegenover trage-wegenactivist Marc Van Damme

Door: Dirk Desmet
Glabbeek
Afbeelding
FB/Reekmans

De gemeente Glabbeek heeft duidelijk nog niet gedaan met trage-wegenactivist Marc Van Damme uit Holsbeek. Nadat die ongelijk kreeg van het Hof van Beroep in Brussel over zijn procedure om 2,6 miljoen euro te vorderen van de gemeente gaat hij nu naar de Raad van State. Opnieuw staan burgemeester van Glabbeek Peter Reekmans (Dorpspartij) en Van Damme tegenover elkaar. 

“Vermits zijn verdienmodel van dwangsommen bij de rechtbanken definitief voorbij is zoekt hij nu andere methodes om de gemeente te kunnen pesten. Tegen elke beslissing die de gemeenteraad neemt over een trage weg, of die we nu heropenen, verleggen of afschaffen, trok hij al in beroep naar de minister. Nu ook de minister hem bij quasi elk beroep in het ongelijk stelt trekt hij nu ook tegen elke beslissing van de minister naar de Raad van State. En tegelijk wil hij de gemeente nog wat extra lastigvallen door het ene na het andere verzoekschrift voor het behandelen van trage wegen in te dienen bij de gemeenteraad. Verleden maand diende hij al een verzoekschrift in voor een trage weg in Zuurbemde en hij diende ook een nieuw verzoekschrift in voor maar liefst vijf trage wegen tegelijk”, zegt Reekmans. “De tijd dat hij dwangsommen in de gemeentekassen kon komen graaien is voorbij omdat ook de rechtbank sinds het laatste arrest is gaan beseffen dat het bij hem enkel over centen gaat en helemaal niet over het herstel van trage wegen. Volgens het vermelde arrest van het Hof van Beroep Brussel mag de gemeente haar houding met betrekking tot een bepaald onderwerp van algemeen gemeentelijk belang niet afhankelijk stellen van de wensen van één bepaalde particulier. Het Hof van Beroep in Brussel stelt ook duidelijk dat de gemeente bij de invulling van haar taken op grond van het Gemeentewegendecreet enkel het algemeen belang mag dienen en enkel zelf moet bepalen hoe zij dat algemeen belang invult en hoe en met welk tijdsplan zij daar uitvoering zal aan geven. De gemeenteraad is nu eenmaal meester van zijn eigen agenda en als gemeentebestuur beslissen we in Glabbeek zelf over onze tijdsindeling en prioriteiten op vlak van de te behandelen beleidsdomeinen. We gaan ons dus niet laten opjagen of ons in Glabbeek de les komen laten lezen door iemand van Holsbeek die hier niets verloren heeft.”

Marc Van Damme ziet het anders

Marc Van Damme ziet dit enigszins anders. “Een gemeentelijk participatie project met verslag (adviezen en kaart, voorlopig nog steeds gepubliceerd op de gemeentelijke website) van 2012 gaf een voorzichtige aanzet tot een ernstig beleid rond de (her)waardering van trage wegen in Glabbeek. Sinds zijn inwerkingtreding (vanaf 1 september 2019) bepaalt het Gemeentewegendecreet onder meer dat het doel moet zijn in de gemeenten een fijnmazig en grensoverschrijdend tragewegennetwerk tot stand te brengen. De laatste dertien jaar doet de gemeente helaas het tegenovergestelde: zij schaft quasi uitsluitend trage wegen af (zie het gemeentewegenregister op de officiële site van Glabbeek). Het is dus evident dat elk rechtgeaard gebruiker van trage wegen hiertegen reageert. Dankzij mijn volgehouden acties, twee gerechtelijke procedures, telkens tegen de gemeente, werd alvast Pad 43 te Attenrode-W (noordelijk deel) hersteld, dank aan de gemeente om er ook een naambord te plaatsen.” Volgens Van Damme werd de dading met de gemeente van 2017 door hen “volkomen deloyaal nageleefd” want, zo zegt hij, “ze heeft aan het status quo niets veranderd en enkel afgeschaft, niets hersteld.” Volgens de activist reageert de gemeente ongepast om een aantal trage verbindingen te herwaarderen. “Dit is niet bedoeld om de gemeente te pesten maar om mezelf (en de komende generaties), overeenkomstig de doelstellingen van de wet, te geven waar we recht op hebben. Dat daar tijd in kruipt, is juist. Het resultaat is dan ook blijvend. Dergelijke verzoeken zijn uitdrukkelijk voorzien in het wegendecreet. De verwijten met termen als ‘geldwolf’ hebben als enige bedoeling het gebrekkig beleid van Glabbeek te verbergen en de aandacht van de waardevolle wegen in kwestie af te leiden. Als het eerder al om geld te doen was, betrof het hetzij boetes opgelegd door een rechter tegen een kwaadwillige gemeente die de wet hardnekkig niet respecteerde of om schadeloosstellingen die de gemeente zélf uitdrukkelijk, bij overeenkomst, had aanvaard. De ‘geldwolverij’ is dus nooit de inzet geweest. Deze verwijten zijn dan ook eerrovend en strafbaar. De term ‘voetwegenactivist’ is denigrerend aangezien elke gemeente door het decreet geacht wordt een actief en herwaarderend tragewegenbeleid te voeren.”