De werkzaamheidsgraad in Oost-Brabant zit in de lift. In 2024 had in 19 van de 32 gemeenten minstens 80 procent van de inwoners tussen 20 en 64 jaar een job. Drie jaar eerder waren dat nog 15 gemeenten. Met een gemiddelde werkzaamheidsgraad van 77,9 procent doet Oost-Brabant het bovendien beter dan het Vlaamse gemiddelde van 77,2 procent. Dat blijkt uit cijfers van Steunpunt Werk die Vlaams volksvertegenwoordiger Ine Tombeur (N-VA) gisteren bekendmaakte.
Kortenaken spant de kroon in de regio. Daar bedraagt de werkzaamheidsgraad 83,5 procent, tegenover 82,2 procent in 2021. Boutersem volgt met 83,2 procent, terwijl Boortmeerbeek 82,8 procent haalt. Glabbeek en Rotselaar delen met 82,7 procent de volgende plaats. Ook Holsbeek scoort met 82,4 procent ruim boven de Vlaamse doelstelling.
Begijnendijk komt uit op 81,4 procent, tegenover 80,2 procent drie jaar geleden. Ook onder meer Linter (81,8 procent), Haacht (81,7 procent), Lubbeek (81,3 procent), Herent (81 procent), Tielt-Winge (80,8 procent) en Hoegaarden (80,7 procent) blijven boven de grens van 80 procent.
Een aantal gemeenten wist die kaap de voorbije jaren voor het eerst te bereiken. Oud-Heverlee maakte daarbij een opvallende sprong van 78,7 naar 81,1 procent. Ook Keerbergen steeg sterk, van 78,8 naar 80,6 procent. Tremelo ging van 79,4 naar 80,2 procent en Aarschot van 79,1 naar precies 80 procent. Huldenberg haalt ondertussen 81,3 procent.
Volgens Vlaams volksvertegenwoordiger Ine Tombeur tonen de cijfers aan dat de regio sterk presteert. “Vlaanderen stelt zich met 80 procent tewerkstelling een ambitieuze doelstelling om onze welvaart en zorg betaalbaar te houden. Dat meer dan de helft van de gemeenten in onze regio die grens haalt, toont dat ons activeringsbeleid op het terrein werkt, met dank aan de lokale inspanningen.”
In 28 van de 32 onderzochte gemeenten nam de werkzaamheidsgraad tussen 2021 en 2024 toe. Vier gemeenten gingen achteruit. Geetbets zakte licht van 79,6 naar 79,2 procent en Bertem van 81,6 naar 81,2 procent. Leuven ging van 71,4 naar 71,1 procent. De grootste terugval is er in Bekkevoort, waar het cijfer daalde van 81,6 naar 77,7 procent.
Onder de grens van 80 procent zijn er tegelijk verschillende gemeenten die nog altijd beter presteren dan het Vlaamse gemiddelde. Kortenberg haalt 79,4 procent, Zoutleeuw en Scherpenheuvel-Zichem elk 79,3 procent en Geetbets 79,2 procent. Overijse komt uit op 79 procent, Hoeilaart op 78,9 procent, Bierbeek op 78,7 procent en Landen op 78,1 procent.
Vooral in enkele steden blijft de afstand tot de Vlaamse doelstelling groter. Diest zag zijn werkzaamheidsgraad wel stijgen van 75,3 naar 76,3 procent. Ook Tienen ging vooruit, van 74,6 naar 75,1 procent. Leuven blijft met 71,1 procent het laagste cijfer van de 32 gemeenten optekenen.
Tombeur pleit daarom voor een gerichte aanpak. “We mogen fier zijn op de stijgende lijn in onze regio, maar we willen elk talent maximaal benutten. In steden zoals Tienen en Diest zien we dat de tewerkstelling de goede richting uitgaat, al blijft het totale percentage nog te laag om de aansluiting te vinden bij het Vlaamse gemiddelde.”
Volgens de N-VA-politica is voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt intensievere begeleiding nodig. Ze wijst daarbij op het belang van opleidingen en samenwerking tussen lokale besturen, VDAB en de lokale en sociale economie. “Nu de werkloosheidsuitkering beperkt is in de tijd, moeten we die mensen via intensieve, aanklampende begeleiding en gerichte opleidingen perspectief bieden, zodat ook onze steden kunnen doorgroeien naar die 80 procent.”