In Vlaams-Brabant werd het voorbije jaar procentueel gezien het minst aantal arbeidscontracten stopgezet in vergelijking met de andere Vlaamse provincies. De zogenaamde ‘uitstroom’ is er op één jaar tijd met liefst 13,9 procent gedaald. Van alle arbeidscontracten die het voorbije jaar in Vlaams-Brabant beëindigd werden, gebeurde dat in meer dan één op de vijf gevallen op initiatief van de werkgever.
Dat is een toename van een kwart in vergelijking met vijf jaar geleden. Die stijgende cijfers zijn het gevolg van de toenemende economische onzekerheid. Vlaams-Brabantse jongeren die net de arbeidsmarkt betreden, lijken net als elders in het land bovendien ook iets minder vaak een vast contract van onbepaalde duur te krijgen. De voorbije vijf jaar gaat het om een daling van 17,6 procent. De gemiddelde anciënniteit van werknemers die stoppen op hun job, is het voorbije jaar ook sterk afgenomen, van 9,4 naar 7,9 jaar. Dat alles blijkt uit arbeidsmarktonderzoek van hr-expert Acerta op basis van de gegevens van zo’n 17.500 werkgevers die 260.000 medewerkers tewerkstellen.
Uitstroom: werkgevers nemen weer vaker het initiatief
Voor het eerst in vijf jaar ligt de uitstroom op de Vlaams-Brabantse arbeidsmarkt het laagst van alle Vlaamse provincies. Het voorbije jaar werd 10,8 procent van alle arbeidscontracten van onbepaalde duur beëindigd. Dat zijn er maar liefst 13,9 procent minder dan in 2024. Wanneer werknemers op hun job vertrekken, gebeurt dat wel iets meer op initiatief van de werkgever. Meer dan één op de vijf (22,2 procent) arbeidscontracten wordt stopgezet door een eenzijdige beslissing van de werkgever. Dat is een toename met een kwart (+25,4 procent) in vijf jaar tijd. Vlaams-Brabantse bedrijven volgen daarmee de nationale trend, waar de toename de voorbije vijf jaar gelijkaardig was. Ter vergelijking: het aantal gevallen in Vlaams-Brabant waarin de werknemer zélf beslist om te vertrekken, ligt met 38,5 procent wel nog een stuk hoger. In de overige gevallen gaat het om een beslissing in onderling overleg (28,2 procent) of pensioen (11,1 procent).
Jongste leeftijdscategorie krijgt minder makkelijk een contract
Nog een opvallende vaststelling: het is niet meer zo evident voor jonge mensen die net op de arbeidsmarkt komen om een vast contract van onbepaalde duur binnen te halen. Dat is in heel België zo, maar zeker ook in Vlaams-Brabant. Van alle mensen die in de provincie een nieuw vast contract kregen, is ‘slechts’ 16,3 procent een prille twintiger. In 2021 was dat nog 19,8 procent. Dat is een daling met 17,6 procent.
Anciënniteit bij vertrek ruim afgenomen
Tot slot nog een laatste opvallend cijfer: op het moment van de verbreking van het arbeidscontract situeert de gemiddelde anciënniteit van werknemers zich rond de 7 à 8 jaar. In Vlaams-Brabant waren in 2025 werknemers net geen 8 jaar bij hun werkgever in dienst toen ze er vertrokken. Dat is een opvallende daling in vergelijking met het jaar voordien toen de gemiddelde anciënniteit ruim boven de 9 jaar lag.
Over de cijfers
Acerta kon zich voor deze analyse baseren op de reële gegevens van 260.000 werknemers in dienst bij een vaste set van 17.500 werkgevers, die Acerta over de hele periode van 2020 tot en met 2025 kon opvolgen. Hier zijn enkel contracten van onbepaalde duur, zowel arbeiders als bedienden, in rekening genomen. Gezien de uitgebreidheid van de dataset, zowel in aantal als wat betreft de vertegenwoordiging van verschillende groottes van werkgevers, verschillende sectoren en de geografische spreiding mogen we stellen dat de resultaten gebaseerd op deze dataset representatief zijn voor de situatie algemeen in onze Belgische private arbeidsmarkt.