De correctionele rechtbank van Leuven heeft vier personen veroordeeld voor een diefstal met braak uit een voertuig van een bakkerij in Diest. De feiten speelden zich af in de nacht van 15 op 16 september 2024 en leverden de daders tienduizenden euro’s op.
De zaak kwam aan het licht toen de zaakvoerder van bakkerij Gielis ’s ochtends vaststelde dat er was ingebroken in zijn Mercedes, die geparkeerd stond op een openbare parking. De ruit van het voertuig was ingeslagen en er bleek een grote som geld verdwenen. Volgens het slachtoffer ging het om ongeveer 30.000 euro aan cash inkomsten van verschillende bakkerijen, opgeborgen in emmers en broodzakken.
Goed voorbereid te werk
Uit het onderzoek bleek dat de daders niet toevallig te werk gingen. Eén van de beklaagden had vroeger voor de bakkerij gewerkt en wist waar een sleutel van de bakkerij verborgen lag. Nadat de groep had vastgesteld dat er geld zichtbaar in de wagen lag, bereidden ze de inbraak voor.
Twee van hen trokken een bivakmuts aan, terwijl anderen op de uitkijk stonden. Met een hamer werd een ruit ingeslagen, waarna het geld uit de wagen werd gehaald. De buit werd later verdeeld op een afgelegen plek.
Volgens de verklaringen van de beklaagden ging het om bedragen van ongeveer 5.000 tot 6.000 euro per persoon, al circuleren er ook hogere schattingen.
Slechts deel van het geld teruggevonden
Een deel van het gestolen geld kon gerecupereerd worden. In totaal kreeg het slachtoffer ruim 12.500 euro terug via politie en tussenpersonen. De rest van het geld werd niet teruggegeven. Eén van de beklaagden gaf toe een deel te hebben uitgegeven, terwijl een ander beweerde dat zijn aandeel later werd gestolen.
Rechtbank: feiten “bijzonder ernstig”
De rechtbank oordeelde dat de feiten bewezen waren voor alle vier de beklaagden. Ze benadrukte de ernst van de georganiseerde diefstal en het gebruik van braak en vermomming.
Twee hoofdverdachten kregen elk een werkstraf van 90 uur opgelegd, met een vervangende gevangenisstraf van 13 maanden als die niet wordt uitgevoerd. Voor de twee andere beklaagden werd de uitspraak opgeschort voor een periode van twee jaar, wat betekent dat zij geen straf krijgen als ze zich in die periode niet opnieuw schuldig maken aan feiten.
Schadevergoeding van bijna 13.000 euro
De vier veroordeelden moeten samen een schadevergoeding van bijna 13.000 euro betalen aan de bakkerij, bovenop intresten en een rechtsplegingsvergoeding van ruim 1.700 euro. Ze zijn hoofdelijk aansprakelijk, wat betekent dat elk van hen het volledige bedrag kan worden aangerekend.
Het vonnis werd uitgesproken op 20 maart 2026 door de correctionele rechtbank van Leuven