Meer dan 200.000 euro subsidies voor restauratie Onze-Lieve-Vrouwkerk en begijnhuisje in Diest

Door: Dirk Desmet
Diest
Afbeelding
Google Maps

Minister van Onroerend Erfgoed Ben Weyts (N-VA) maakt 204.000 euro vrij voor de restauratie van de Onze-Lieve-Vrouwkerk en een woning in het Begijnhof in Diest. Aan beide monumenten zullen het dak en de zolder gerestaureerd worden. “We laten al dat erfgoed niet teloorgaan, maar houden het in ere”, aldus Weyts.

Diest heeft een historisch centrum dat teruggaat tot de vroege middeleeuwen en binnen het Karolingische rijk was Diest een eigen graafschap. In de 13de eeuw verleende de hertog van Brabant stadsrechten en de Diestenaars leefden eeuwenlang in grote welstand. Vandaag bezit de stad verschillende erfgoedparels zoals het door UNESCO-erkende Begijnhof, het Hof van Nassau en de Sint-Sulpitiuskerk. 

Voor de restauratie van de 13de eeuwse Onze-Lieve-Vrouwkerk geeft Vlaanderen 150.000 euro subsidies. De totale kostprijs van de werken bedraagt 531.000 euro, waarvan Vlaanderen via het Agentschap Onroerend Erfgoed 30% voor zijn rekening neemt. De overige 70% wordt gedragen door de Stad Diest via de kerkfabriek Sint-Jan-Berchmans. Eerder investeerde Vlaanderen al 161.000 euro in het eerste deel van de dakherstellingswerken en in een herbestemmingsonderzoek.“De stad Diest en het kerkbestuur zijn momenteel op zoek naar een nieuwe invulling voor de kerk en voeren een bevraging uit bij mogelijke geïnteresseerden”, zegt schepen van Patrimonium Jeroen Overmeer (N-VA). “Voordat daar stappen in kunnen worden gezet, moet de parochiekerk eerst grondig opgeknapt worden.”

Voor de restauratie van een woning in het Begijnhof van Diest trekt Vlaanderen 54.000 euro uit. Al sinds 1245 vestigden begijnen zich buiten de stadsmuren van Diest. In de 16de eeuw werden de bestaande lemen huisjes afgebroken en werd het begijnhof volledig heraangelegd volgens een schaakbordschema, met een kerk, plein en infirmerie. De begijnenwoningen en conventen werden geleidelijk herbouwd in bak- en zandsteen, met fraaie barokke deuren, nissen en beeldjes. Eén van deze huisjes wordt nu opgeknapt zodat er opnieuw iemand kan wonen. Concreet zullen de daken en zolders worden gerestaureerd. De totale kostprijs van de werken bedraagt 141.000 euro, waarvan Vlaanderen 38% voor zijn rekening neemt. De resterende kosten worden gedragen door de eigenaar. “Diest verdient een eigen hoofdstuk in het verhaal van Vlaanderen. We investeren in de vele erfgoedparels die de stad rijk is. Alleen al het afgelopen jaar gingen er middelen naar De Rode Leeuw in de Schaffensestraat, de Sint-Sulpitiuskerk aan de Grote Markt en twee huisjes in het Begijnhof”, aldus nog Weyts.