67.000 euro van Vlaanderen voor het behoud en redden van twee begijnenhuisjes in Diest

Door: Patrick Breuls
Diest
Omgevingsbeeld van de locatie met een typisch begijnenhuisje.
Omgevingsbeeld van de locatie met een typisch begijnenhuisje. Foto:

Vlaams minister van Onroerend Erfgoed Ben Weyts investeert 67.000 euro in de restauratie van twee verwaarloosde huisjes in het Begijnhof van Diest. De gebouwen, die deel uitmaken van UNESCO-werelderfgoed, worden grondig hersteld na jarenlange leegstand.

De begijnenhuisjes, gelegen achter de monumentale barokpoort van het Diestse begijnhof, vertonen ernstige tekenen van verval. De restauratie richt zich op het herstel van de daken en gevels. Lelijke aanbouwen aan de achterzijde worden afgebroken, waarna de gevels in hun oorspronkelijke staat worden hersteld. Ook het interieur krijgt bijzondere aandacht, met respect voor historische elementen zoals vloeren, schouwen, plafonds en schrijnwerk. Het totale kostenplaatje bedraagt 173.000 euro. Vlaanderen neemt ongeveer 40 procent voor haar rekening; de overige kosten worden gedragen door de private eigenaar. Minister Weyts onderstreept het belang van de ingreep. “Het begijnhof van Diest is een van de 13 stille getuigen van de Vlaamse begijnengeschiedenis”, zegt hij. “Door dit erfgoed te koesteren, zorgen we ervoor dat ook toekomstige generaties onze rijke geschiedenis kunnen ontdekken.”

Begijnhoven zijn een uniek cultureel fenomeen, eigen aan de Lage Landen. Anders dan de conventen elders in Europa, leefden in begijnhoven ongehuwde, gelovige vrouwen elk in een eigen woning rond een collectief binnenhof. Het Diestse begijnhof dateert uit 1253 en ademt vandaag nog steeds de sfeer van weleer, met zijn bakstenen huisjes, heiligenbeeldjes en stille tuinen.

Lucas Deschodt van projectontwikkelaar REALIUM, de eigenaar van de huisjes, is tevreden met de steun. “Het begijnhof is een plek met een ziel”, zegt hij. “Deze restauratie brengt dat erfgoed weer tot leven. Wij halen veel inspiratie uit zulke historische sites, waar vakmanschap en traditionele materialen centraal staan.” De werken starten in de zomer van 2025.