Twee bestuurders en twee medewerkers van een boekhoudkantoor in Tienen werden voor de correctionele rechtbank in Leuven veroordeeld voor valse facturen en stonden ook terecht voor poging tot witwassen. De beklaagden kregen straffen tot vijftien maanden cel met uitstel.
Het onderzoek startte in 2017 nadat de luxueuze levensstijl van C.P. in de Verenigde Arabische Emiraten was opgevallen. Hij zou er zwart geld wit hebben gewassen via vastgoedtransacties. Er werd vastgoed aangekocht met zwart geld en de aankoopprijs werd opgesplitst in een wit en een zwart gedeelte. Er werd eerst een verkoopsovereenkomst opgesteld voor het totale bedrag maar later werd alleen het wit gedeelte geregistreerd. Wanneer later het vastgoed met meerwaarde werd verkocht keerde het zwarte geld terug naar ons land als belastingvrije meerwaarde, zo zegt het persagentschap Belga.
Bij de praktijken waren meerdere mensen betrokken. Zo zou S.J., werkzaam in een immokantoor in Dubai, op de hoogte zijn geweest en actief hebben meegewerkt. Samen met C.P. werd hij opgepakt met 150.000 euro cash op zak. Volgens zijn raadsman nam de beklaagde dat geld in ontvangst nadat hij hiertoe was aangezet door een infiltrant die meer dan twee jaar lang gepoogd had hem te verleiden tot het plegen van een misdrijf. Volgens het parket was ook de vader, L.P. (76), op de hoogte en volgde hij de geldstromen, stelde hij valse facturen op en verwerkte hij kosten onterecht in de boekhouding. K.B.S. tenslotte handelde in opdracht.
Mildere straffen
L.P. (76) kreeg opschorting van straf, C.P. kreeg vijftien maanden cel met uitstel en een geldboete van 10.000 euro, S.J. twaalf maanden cel met uitstel en K.B.S. zes maanden celstraf met uitstel. De straffen waren minder hoog dan het openbaar ministerie had geëist maar de rechtbank sprak de beklaagden voor een aantal tenlasteleggingen vrij zoals het witwassen van geld over heel de lijn. C.P. werd ook vrijgesproken voor valsheid in geschriften en valsheid van jaarrekeningen en werd vrijgesproken voor oplichting. Er werd ook rekening gehouden met de redelijke termijn (het onderzoek startte in 2017) bij het bepalen van de straffen. C.P. kreeg ook geen beroepsverbod opgelegd zoals door het parket gevraagd.