De 18de eeuwse Witlockx-beiaard in de Sint-Germanuskerk in Tienen wordt gerestaureerd. Vlaams minister van Onroerend Erfgoed Ben Weyts (N-VA) heeft er één miljoen euro subsidies voor over.
Het gaat om een quasi unieke erfgoedparel en één van de omvangrijkste beiaarden in ons land. Dankzij de Vlaamse steun kan de volledige beiaard gerestaureerd worden naar historisch model, zodat hij weer zal klinken zoals in de 18de eeuw. Daarnaast komt er ook een betere omkadering, zodat bezoekers de beiaard beter kunnen bewonderen. “Het Verhaal van Vlaanderen klinkt door de Tiense straten dankzij deze prachtige beiaard”, zegt Weyts. “Dit soort erfgoed houdt onze geschiedenis levend en heeft een speciaal plekje in het hart van veel mensen. Dat zie je ook aan het enthousiasme voor de beiaardcantus.”
Lees verder onder de foto.

De kleinste klok weegt nog altijd acht kg. - Foto: Rik Poulman
Nog twee over
De Sint-Germanuskerk vind je op de Veemarkt in Tienen. Het gaat om een originele beiaard van de Antwerpse klokkengieter Willem Witlockx uit 1723. “Samen met de beroemde beiaard in het koninklijk paleis van Mafra (Portugal) is de stadsbeiaard van Tienen het enige toreninstrument van de beroemde Antwerpse klokkengieter Willem Witlockx dat de tand des tijds heeft doorstaan”, zegt stadsbeiaardier Luc Rombouts. De Tiense beiaard telt 54 klokken en is daarmee één van de grootste in ons land. Alleen de basklok weegt 1.500 kg, het kleinste klokje nog altijd acht kg. Het totaal klokgewicht is goed voor zeven ton. “Door de tand des tijds zijn echter zowel de klokken als het mechanisme aangetast. Bovendien heeft een restauratie van 65 jaar geleden het historische karakter van het instrument deels doen verdwijnen, waardoor de beiaard vandaag eigenlijk anders klinkt dan in de 18de eeuw bedoeld was.”
Lees verder onder de foto.

Na de restauratie zal de beiaard weer klinken zoals in de 18de eeuw - Foto: Rik Poulman
De restauratie zal ruim een miljoen euro kosten
De volledige beiaard zal gerestaureerd worden, samen met het automatische speelwerk voor kwartiermelodieën. Ook de omkadering van de beiaard wordt grondig aangepakt, zodat bezoekers de beiaard beter zullen kunnen bewonderen. Zo worden de houten vloerconstructie in de klokkenkamer en de houten luidstoel verstevigd en gerestaureerd. De klavierkamer wordt vernieuwd, de trappen worden toegankelijker gemaakt en zowel de centrale torenkamer als de 3de torenverdieping, met het automatisch speelwerk, worden ingericht om bezoekers te ontvangen. Ook in de klokkenkamer op de 4de verdieping vinden werken plaats. De werken vangen zo snel mogelijk aan en zouden klaar moeten zijn tegen eind 2028. De beiaard blijft momenteel wel spelen tot de klokken, wellicht in het najaar, tijdelijk verhuizen naar de klokkengieterij. “De Tiense stadsbeiaard is een van de laatste historische Vlaamse beiaarden die we nog niet hebben gerestaureerd. Daar maken we nu eindelijk werk van”, zegt Weyts nog. De totale kostprijs van de werken werd geraamd op 1,17 miljoen euro, waarvan Vlaanderen, via het Agentschap Onroerend Erfgoed, dus het leeuwendeel financiert. De Stad Tienen staat in voor de overige kosten.