Diestse Felix Van Meerbergen is 45 jaar priester: “Ik wilde eigenlijk journalist worden”

Afbeelding
Foto: Felix Van Meerbergen

De Diestse priester Felix Van Meerbergen vierde recent zijn 45 jaar priesterschap. Vorig jaar hadden wij met hem een babbel toen hij zijn 20ste verjaardag in Diest vierde

Op het terras ontmoeten we een warme, lieve en gedreven man. Ook al is hij al 72, Felix wil nog altijd de samenleving dienen en is daar heel gedreven in. Aanvankelijk zag het er nochtans niet naar uit dat hij priester zou worden. “Op mijn vijftiende schreef ik een brief naar Het Volk waarin ik mijn ongenoegen uitte over het feit dat ze weinig of niets schreven over de wielrenners van Schoonderbuken, een deelgemeente van Scherpenheuvel-Zichem waar ik met mijn ouders woonde. Hoofdredacteur Stef Goossens antwoordde mij dat ik dan maar eens iets moest schrijven en dat deed ik ook. Even later kwamen ze naar ons thuis, er was toen geen internet en andere huidige communicatiemiddelen, en toen ze tegen mijn vader begonnen over een eventuele loopbaan als journalist begreep die er geen snars van. Dat was het moment waarop ik hen vertelde dat ik die brief en het artikel had geschreven, ik mocht meteen voor hen beginnen schrijven. Je moet weten dat het toen allemaal anders verliep, ik moest mijn tekst destijds dicteren aan de telefoon maar thuis hadden we er geen en daarom ging ik op de pastorij of bij Roger de beenhouwer bellen naar de gazet. (lacht).”

Niet op mond gevallen

Dat Felix niet op zijn mond gevallen is, bleek ook elders. “Toen de studentenrevolte in Leuven uitbrak in 1968 stond ik mee op de bres. Ik kwam uit de KAJ en toen de beweging Diest bereikte, en ik daaraan ging meedoen, kreeg ik opeens een microfoon onder mijn neus geduwd. Kardinaal Suenens besliste in 1966 om de Franstalige afdeling in Leuven te handhaven en dat lokte groot verzet uit in Vlaanderen, ik vond er niet beter op dan aan het publiek te vragen wie ze verkozen, Suenens of Barabas, natuurlijk scandeerde iedereen Barabas.  Een priester van het Sint-Jan Berchmanscollege vertelde kardinaal Suenens hierover en bij ons eerste gesprek, dat was toen ik mij aanmeldde om priester te worden, vroeg hij mij of ik voor Suenens of Barabas kwam. Op een ander moment kwam Gaston Eyskens naar de middenraad van het ACW die  over het jeugdbeleid ging. Eyskens was een monument, iemand die je niet tegensprak.  Na zijn toespraak mocht je vragen stellen en ik, als zestienjarige, durfde het, als enige van de 200 aanwezigen, aan om mijn vinger op te steken. Ik zag hoe de secretaris tegen Eyskens fluisterde dat het ene van Schoonderbuken was en toen Eyskens mij vroeg of het jeugdbeleid in Schoonderbuken ook zo slecht liep, reageerde ik iets in de stijl van  ‘ik dacht dat de eerste minister wist dat Schoonderbuken maar een gehucht is en dat daar dus geen beleid wordt gevoerd.’ Al die mannen van het ACW waren verbijsterd, dat  een snotaap van Schoonderbuken zo een antwoord durfde te geven aan de minister hadden ze nog nooit meegemaakt (lacht). Het bleef even stil en dan bulderde de volledige zaal van het lachen en brak er een applaus los. Aan het einde moest ik bij hem komen en toen zei hij mij dat ik of pastoor zou worden of in de politiek zou stappen, hij hoopte dat ik voor het eerste zou kiezen. Toen ik uiteindelijk als priester gewijd werd, stond er een man voor de deur die me 6 flessen wijn bracht en 4 boeken. Er zat een kaartje van Eyskens bij waarop die had geschreven dat hij zich ons gesprek herinnerde en hij blij was dat ik het goede had gekozen.”

Lees verder onder de foto.