Tijdens de gemeenteraad van 30 december 2025 werd het meerjarenplan 2026–2031 besproken en goedgekeurd, waarmee Zoutleeuw voor een reeks ingrijpende keuzes komt te staan. Het stadsbestuur wil blijven investeren in veiligheid en infrastructuur, maar erkent tegelijk dat de financiële draagkracht onder druk staat. De invoering van een toekomstbijdrage, besparingen en zelfs een mogelijke fusie met buurgemeenten zorgen voor een stevig politiek debat.
Het document vormt het beleids- en financiële kader voor de komende zes jaar en maakt duidelijk hoe moeilijk het voor een kleine stad is om het hoofd boven water te houden. Zoutleeuw telt amper zo’n 9.000 inwoners, maar beschikt wel over bijna alle stedelijke voorzieningen, van een sporthal en scholen tot een woonzorgcentrum. Volgens burgemeester Guy Dumst (cd&v) wordt de druk op lokale besturen almaar groter. Hogere overheden vragen meer inspanningen, terwijl de kosten blijven stijgen. “Voor een plattelandsgemeente als Zoutleeuw is dat niet vanzelfsprekend”, geeft hij mee.
In het meerjarenplan staan bewust geen grote prestigeprojecten. Het stadsbestuur zegt te hebben geluisterd naar inwoners en oppositie en legt de nadruk op veiligheid, verkeersveiligheid en het aanpakken van wateroverlast. Extra bewakingscamera’s, heraanleg van straten, investeringen in voetpaden en gescheiden fietspaden krijgen voorrang. Daarnaast blijft Zoutleeuw fors investeren in haar rijke erfgoed, met 21 beschermde topstukken, en in evenementen en verenigingen, goed voor jaarlijks ongeveer 440.000 euro. Om die investeringen mogelijk te maken zonder de personenbelasting of de opcentiemen op de onroerende voorheffing te verhogen, wil het stadsbestuur een toekomstbijdrage invoeren.
Aanvankelijk werd gesproken over een jaarlijkse bijdrage per gezin, maar volgens recente toelichting gaat het om een eenmalige bijdrage van ongeveer 35 euro per inwoner, goed voor zo’n 330.000 euro extra inkomsten. Hoe die bijdrage concreet zal worden geïnd, moet nog verder worden uitgewerkt. Daarnaast zoekt de stad ook op andere manieren naar financiële ademruimte. Zo wil Zoutleeuw een deel van haar gronden verkopen, in totaal ongeveer 130 hectare van de 380 hectare die de stad bezit, waaronder zelfs percelen in Wallonië. Ook zullen sommige tarieven stijgen, zoals de dagprijs in het woonzorgcentrum en de kost voor administratieve documenten.
In het personeelsbeleid wordt een efficiëntie-oefening aangekondigd, onder meer via verdere digitalisering. Die aanpak stuit op kritiek van oppositiepartij N-VA. Volgens N-VA dreigt het stadsbestuur de rekening te veel bij de inwoners te leggen, terwijl structurele problemen, zoals de sterk gestegen personeelskosten, onvoldoende worden aangepakt. De partij uit ook bezorgdheid over het inschrijven van onzekere inkomsten, zoals subsidies en opbrengsten uit trajectcontroles en GAS-5-boetes, die het financiële plaatje volgens haar kwetsbaar maken.
Tot slot liet burgemeester Dumst ook een opvallende piste open: een mogelijke fusie of intensere samenwerking met buurgemeenten. “Zij kampen met dezelfde financiële uitdagingen. Waarom zouden we zo’n fusie of samenwerking niet onderzoeken, niet uit prestige, maar om efficiënter te kunnen werken”, zo klinkt het. Met het meerjarenplan 2026–2031 ligt de koers voor Zoutleeuw vast, maar het debat is duidelijk nog niet voorbij. De komende jaren zullen uitwijzen of de combinatie van investeringen, bijdragen en besparingen volstaat om de stad financieel gezond te houden, of dat zwaardere ingrepen onvermijdelijk worden.