Op de momenten dat we in 2020 toch naar de werkvloer gingen, gebeurde dat in de provincie Vlaams-Brabant in 31% van de gevallen met de fiets - al dan niet in combinatie met een ander vervoersmiddel. 18,5% van de Vlaams-Brabantse werknemers gebruikt zijn fiets altijd om naar het werk te gaan. Algemeen blijft de auto weliswaar koning. In België heeft één op de vijf bedienden nu een bedrijfswagen: alweer 5,5% meer dan in 2019. Dat blijkt uit de vijfde editie van de jaarlijkse mobiliteitsbarometer van hr-dienstenbedrijf Acerta.
Auto blijft koning
1 op 5 Belgische bedienden uit de private sector beschikt (nog steeds) over een bedrijfswagen. Dat is 5,5% meer dan in 2019 en een kwart meer in vergelijking met vijf jaar geleden. De stijging van het aantal bedienden met een bedrijfswagen zet zich dus ondanks - of juist dankzij - corona onverminderd door.
7 op 10 (71,8%) van de woon-werkverplaatsingen in de provincie Vlaams-Brabant gebeurde (minstens deels) met de privé- of bedrijfsauto. Voor heel België is dat voor 2020 78,3%, in 2019 was dat voor 77,5% van de pendeltrajecten het geval.
Patrick Demuylder: ”Uiteraard reed de Belg door het vele thuiswerk veel minder kilometers van en naar het werk. Dat thuiswerk zal dit jaar geleidelijk evolueren naar een hybride model van afwisselend wel en niet naar kantoor. Voor veel van die verplaatsingen zullen werknemers nog steeds de (bedrijfs)wagen blijven nemen, al dan niet in combinatie met de fiets. Dat hoeft op zich niet slecht te zijn. Als we in de toekomst maar twee keer per week naar kantoor rijden in plaats van vijf, vermindert het aantal afgelegde pendelkilometers aanzienlijk. In die zin heeft corona ons autogebruik duurzamer gemaakt. Daarenboven zet de ommekeer naar kleinere, groenere wagens zich ook verder door. Ik pleit er daarom voor om de (bedrijfs)wagen niet meteen te bannen, maar wel de automatische koppeling aan een bepaalde functie in een bedrijf te herzien. Haal de bedrijfswagen uit het standaard loonpakket en voorzie voor iedereen een budget waar de werknemer zelf de gewenste invulling aan kan geven.”
1 op 3 woon-werkverplaatsingen met de fiets
Ieder jaar ontdekken steeds meer werknemers de voordelen van de fiets om naar het werk te pendelen. Ook in 2020 maakte de tweewieler, mede dankzij corona, een sprong voorwaarts: nationaal gebruikte exact 1 op 3 werknemers (33,3%) de fiets voor het woon-werkverkeer, in Vlaams-Brabant 31,2%. 18,5% stapt zelfs altijd op zijn tweewieler als hij/zij naar het werk moet. Die exclusieve keuze voor de fiets is in Vlaams-Brabant iets groter dan het nationale gemiddelde (14,6%). De fiets is de duidelijke winnaar van de mobiliteitsbarometer van 2020, met nationaal een groei van maar liefst 9,1% in vergelijking met vorig jaar.
Een deel van de werknemers gebruikt de tweewieler wel nog steeds in combinatie met een ander vervoermiddel. In die combinaties blijft de auto erg populair. In 2020 combineerde 17,2% van de Belgische werknemers auto en fiets regelmatig, tegenover 15,0% in 2019. Vlaams-Brabanders zijn daarover minder enthousiast: 10,4% kiest voor de combinatie auto en fiets.
Fietsvergoeding in de lift
Ook de fietsvergoeding surft mee op de populariteit van de fiets. Eén op vijf Belgische werknemers geniet al van een fiscaal voordelige fietsvergoeding per getrapte kilometer. Het aantal fietsvergoedingen is op vijf jaar met maar liefst 60% gestegen: van 12,5% in 2015 naar 20% in 2020.
Openbaar vervoer is de verliezer
De verliezer in het jaarlijkse mobiliteitsonderzoek van Acerta is het openbaar vervoer. 8,1% van de Belgische werknemers uit de private sector gebruikt af en toe trein, tram en/of bus. 6% doet dat altijd. Het is twee keer een daling tegenover vorig jaar. De cijfers voor Vlaams-Brabant zijn het openbaar vervoer wel iets gunstiger gezind: goed 1 op 10 (11,4%) werknemers komt er met het openbaar vervoer naar het werk. 7,7% doet het volledige traject altijd met de bus, trein of tramde anderen combineren of wisselen af.
Patrick Demuylder: “Het blijft een klein deel van de werknemers dat op het openbaar vervoer rekent. Door de pandemie zijn mensen overgestapt op andere manieren om zich te verplaatsen. En toch is de daling in onze cijfers eerder beperkt. Dat komt omdat abonnementen voor openbaar vervoer dikwijls voor een heel jaar aangeschaft worden. Ongetwijfeld zullen die abonnementen in 2020 veel minder gebruikt zijn dan andere jaren. De inspanningen om het openbaar vervoer aantrekkelijker te maken voor het woon-werkverkeer hebben door corona een stevige tik gekregen.”