Muziekvrijwilliger (83) bekent aanranding van vrouw met downsyndroom in Aarschot

Door: Patrick Breuls
Aarschot
Afbeelding

Een 83-jarige man heeft zich voor de correctionele rechtbank in Leuven moeten verantwoorden voor de aanranding van een vrouw met het syndroom van Down in een zorginstelling in Aarschot. De man bekende de feiten, maar stelde dat hij niet handelde uit seksuele verlangens. Het parket vraagt een gevangenisstraf van twee jaar met probatie-uitstel.

De feiten kwamen aan het licht op 22 januari 2025, toen een begeleidster van de zorginstelling vernam dat een bewoonster ongewenst was aangeraakt door een vrijwillige muziekleraar. De melding werd ernstig genomen en leidde onmiddellijk tot een intern onderzoek, zo verklaart HNB.

Volgens de verklaringen van het slachtoffer had de man haar meermaals aangeraakt aan de borsten en de schaamstreek. Ze vertelde ook dat hij haar meenam naar een toiletruimte, waar hij haar zou hebben gevraagd hem intiem aan te raken. De vrouw kon de gebeurtenissen volgens haar advocaat zeer gedetailleerd beschrijven.

Toen de verdachte met die verklaringen werd geconfronteerd, bekende hij de feiten vrijwel meteen. Hij verklaarde daarbij dat hij wist dat de waarheid aan het licht zou komen. Opmerkelijk was zijn uitleg dat hij niet uit eigen seksuele behoefte handelde, maar naar eigen zeggen ‘een dienst wilde bewijzen’ aan de vrouw.

Tijdens het politieonderzoek bood de man zijn excuses aan in een brief. Hij gaf toe dat hij het slachtoffer meermaals had gekust en betast. Tegelijkertijd beweerde hij dat de vrouw hem zou hebben aangemoedigd of verleid.

Na de feiten werd de man onmiddellijk uit de zorginstelling geweerd. Volgens zijn advocaat was hij er als vrijwilliger actief en verving hij geregeld de vaste muziekleraar. De verdediging wees erop dat de man al jaren impotent zou zijn en stelde dat er geen sprake was van seksuele motieven.

Het openbaar ministerie volgt die redenering niet en vraagt een gevangenisstraf van twee jaar met probatie-uitstel. Daarnaast wil het parket dat de man uit bepaalde burgerlijke rechten wordt ontzet en in de toekomst niet langer mag werken of vrijwilligerswerk verrichten in instellingen waar kwetsbare personen verblijven.

De rechtbank doet binnen een maand uitspraak.