Begin jaren zeventig lijkt het leven in en rond Mechelen rustig en voorspelbaar. Kleine dorpen, landelijke wegen en een gemeenschap waar iedereen elkaar kent. Maar in 1971 verandert die rust plots in angst. Drie jonge vrouwen worden in korte tijd op gruwelijke wijze vermoord. De dader was een twintigjarige arbeider uit Bonheiden. Zijn naam zal later in heel België bekend worden Staf Van Eyken. Nog bekender wordt de bijnaam die hij krijgt: de Vampier van Muizen.
Het verhaal van Staf Van Eyken begint niet bij de moorden. Zijn jeugd wordt gekenmerkt door instabiliteit en geweld. Hij groeit op in een moeilijke thuissituatie waar mishandeling en misbruik volgens latere verklaringen een rol speelden.
Al op jonge leeftijd vertoont hij problematisch gedrag. Hij komt regelmatig in aanraking met instellingen en hulpdiensten en wordt door de autoriteiten als moeilijk en onhandelbaar beschouwd. Nog voor hij volwassen is, wordt hij al gelinkt aan zedendelicten.
Toch lijkt zijn leven uiterlijk een gewone richting te nemen. Zoals veel jonge mannen uit die tijd doet hij zijn legerdienst en gaat hij nadien werken als arbeider. Niemand vermoedt dat hij enkele maanden later een reeks moorden zal plegen die het land schokken.
De eerste moord
In oktober 1971 slaat Van Eyken voor het eerst toe. Het slachtoffer is de achttienjarige Marie-Thérèse Rosseel, een dienstmeisje dat werkt voor een welgestelde familie in Mechelen. Haar lichaam wordt later gevonden in de tuin van het huis waar ze werkte. Het meisje is verkracht en met talrijke messteken om het leven gebracht. Tijdens het onderzoek ontdekken wetsdokters ook bijtwonden op haar lichaam, een detail dat later een belangrijk herkenningspunt zal blijken.
De moord veroorzaakt grote onrust in de streek, maar de politie heeft op dat moment nog geen idee wie de dader is.
Een tweede slachtoffer
Slechts enkele maanden later volgt een nieuwe ontdekking. Op een verlaten terrein langs de Dijle wordt het lichaam van een tweede vrouw gevonden. Het gaat om de 47-jarige Ida Smeets. Net als bij het eerste slachtoffer stellen de onderzoekers dezelfde gruwelijke patronen vast: seksueel geweld, dodelijk geweld en opnieuw de opvallende bijtwonden. Voor de speurders is het duidelijk dat beide moorden met elkaar verbonden zijn.
De angst groeit. In de omgeving van Mechelen begint het besef te ontstaan dat er mogelijk een seriemoordenaar actief is. Toch blijft de dader spoorloos.
De fout die hem verraadt
In maart 1972 slaat Van Eyken opnieuw toe. Zijn derde slachtoffer wordt de negentienjarige Lutgarde Van der Wilt. Het jonge meisje had die avond nog gedanst op een fuif in de buurt, zelfs met haar latere moordenaar, zo blijkt later. Haar lichaam wordt teruggevonden in een bosrijke omgeving. De omstandigheden vertonen opnieuw dezelfde kenmerken als bij de eerdere moorden.
Maar deze keer maakt de dader een fout. Wanneer de politie in de buurt onderzoek doet, valt een jonge man op die zich vreemd gedraagt. Agenten besluiten hem discreet te volgen. Dat leidt hen naar zijn woning. Daar merken ze een bloedvlek op zijn mouw, een detail dat hem uiteindelijk rechtstreeks aan het misdrijf linkt. De man is Staf Van Eyken.
Tijdens de ondervragingen bekent hij niet alleen de drie moorden, maar ook een eerdere aanval waarbij een slachtoffer ternauwernood kon ontsnappen.
Het proces en de straf
In 1974 verschijnt Van Eyken voor het hof van assisen. Psychiaters beschrijven hem tijdens het proces als manipulatief en emotioneel kil. Volgens deskundigen vertoont hij kenmerken van een ernstige persoonlijkheidsstoornis. De jury acht hem schuldig aan drie moorden.
Aanvankelijk wordt hij veroordeeld tot de doodstraf, een straf die in België toen nog bestond. Zoals in veel gelijkaardige zaken wordt die later omgezet in een levenslange gevangenisstraf. Een beslissing die uiteindelijk zal leiden tot een opmerkelijk hoofdstuk in de Belgische strafgeschiedenis.
De langstzittende gevangene
Meer dan vijftig jaar later zit Staf Van Eyken nog altijd achter de gevangenismuren. Daarmee is hij de langstzittende gedetineerde van België.
Zijn leven speelt zich grotendeels af in een kleine cel in de gevangenis van Leuven-Centraal. Doorheen de jaren kreeg hij af en toe toestemming om onder begeleiding korte uitstappen te maken, bijvoorbeeld om een graf te bezoeken of een kennis te zien.
Opvallend is dat Van Eyken zelf herhaaldelijk verklaarde dat hij niet meer wil terugkeren naar de buitenwereld. Volgens zijn eigen woorden heeft hij binnen de gevangenis een structuur gevonden waar hij mee kan leven.
Een naam die blijft nazinderen
De angst die de ‘Vampier van Muizen’ ooit veroorzaakte, is ondertussen verdwenen. De streek rond Mechelen is al lang weer een rustige plek.
Toch blijft de naam van Staf Van Eyken nog steeds opduiken in boeken, documentaires en reportages. Niet alleen door de gruwelijkheid van zijn daden, maar ook omdat zijn uitzonderlijk lange opsluiting vragen oproept over straf, schuld en menselijkheid.
Meer dan een halve eeuw na de feiten blijft één ding duidelijk: de moorden uit 1971 en 1972 hebben een blijvend litteken achtergelaten in de geschiedenis van Vlaanderen.