De correctionele rechtbank van Leuven heeft een man veroordeeld tot een autonome probatiestraf van twee jaar voor oplichting en het verbergen van wederrechtelijk verkregen gelden. De uitspraak werd gedaan op 12 juni 2026, nadat de beklaagde verzet had aangetekend tegen een eerder verstekvonnis.
De feiten dateren van januari 2022. Een inwoner van Tienen stelde vast dat hij zijn uitkering van de mutualiteit niet had ontvangen. Uit onderzoek bleek dat op 3 januari 2022 bij de Federatie van Socialistische Mutualiteiten van Brabant een aanvraag was ingediend om het rekeningnummer van de begunstigde te wijzigen. Daarbij werd gebruikgemaakt van de elektronische handtekening van het slachtoffer.
Als gevolg daarvan werd een uitkering van 1.370,72 euro niet naar het rechtmatige rekeningnummer overgeschreven, maar naar een bankrekening die op naam stond van de beklaagde. Volgens het onderzoek waren het slachtoffer en de beklaagde in het verleden buren van elkaar. Het slachtoffer verklaarde nooit toestemming te hebben gegeven voor de wijziging van zijn rekeningnummer.
Uit bankonderzoek bleek dat het bedrag op 28 januari 2022 op de rekening van de beklaagde terechtkwam. Nog diezelfde dag werd 630 euro in contanten afgehaald. Enkele dagen later volgde een tweede afhaling van 600 euro. Daarnaast werden meerdere kleinere betalingen uitgevoerd in handelszaken in Tienen.
De beklaagde ontkende de feiten via zijn advocaat. Hij stelde niet te weten hoe dergelijke fraude gepleegd kon worden en wees erop dat zijn zus zijn administratie beheerde. De rechtbank oordeelde echter dat de resultaten van het bankonderzoek voldoende bewijs leverden voor zowel de oplichting als het ontvangen en bewaren van de frauduleus verkregen gelden.
In een eerder verstekvonnis van juni 2023 was de man veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar en een geldboete. Na het ontvankelijk verklaarde verzet besloot de rechtbank opnieuw over de zaak te oordelen. Daarbij hield zij rekening met de persoonlijke situatie van de beklaagde, die volgens zijn advocaat kampte met een alcoholproblematiek, schulden en sociale problemen na een echtscheiding.
Hoewel de rechtbank geen elektronisch toezicht toestond, achtte zij een autonome probatiestraf van twee jaar passend. Tijdens die periode moet de man onder meer begeleiding volgen voor zijn alcoholproblematiek, schuldenlast en sociaal-administratieve situatie. Indien hij de opgelegde voorwaarden niet naleeft, riskeert hij alsnog een vervangende gevangenisstraf van één jaar.
Daarnaast blijft een eerdere burgerlijke veroordeling van kracht. De beklaagde moet aan het slachtoffer een schadevergoeding van 1.620,72 euro betalen, vermeerderd met intresten en een rechtsplegingsvergoeding van 300 euro. Ook werd hij veroordeeld tot het betalen van de gerechtskosten.