In 2024 belandden maar liefst 813 baby’s jonger dan een jaar in een jeugdvoorziening. Er werden 116 unieke trajecten opgestart voor zwangere vrouwen in de jeugdhulp ter ondersteuning van hun ongeboren kind en 366 (ongeboren) baby’s aangemeld bij Ondersteuningscentrum Jeugdhulp (OCJ).
Concreet ging het in Vlaams-Brabant over 85 baby’s in een jeugdvoorziening, achttien unieke trajecten voor ongeboren baby’s en 45 aanmeldingen OCJ. Dat blijkt uit nieuwe cijfers die Vooruit opvroeg. Dat zijn wekelijks bijna twee baby’s die hun leven starten in een jeugdvoorziening omdat de thuissituatie te onveilig is.
“Dat zijn cijfers die binnenkomen. Bijna elke week gaan in Vlaams-Brabant twee baby’s jonger dan een jaar naar een jeugdvoorziening, omdat we als samenleving het zo ver laten komen. Bij de 45 aanmeldingen van pasgeborenen bij het Ondersteuningscentrum, gaat het in sommige gevallen over extreme situaties, denk aan verwaarlozing, druggebruik of gewelddadige thuisomgeving. Dat zijn baby’s die vandaag pas na geboorte op de radar komen, terwijl we ze vroeger hadden kunnen opsporen”, aldus Bieke Verlinden (Vooruit).
In de hervormingen die Vooruit op is er sprake van een vroegere hulpverlening. Wanneer dat dan toch nog fout loopt, moet dankzij de hervorming de zoektocht naar een geschikte plaats sneller opgestart worden.
“We willen dat elke baby terechtkomt in een warm nest, niet in een ziekenhuisbed. Dat kan alleen als we ongeboren kinderen en ouders helpen vóór de bevalling. Uit de cijfers blijkt dat er jaarlijks ongeboren kinderen aangemeld worden bij de jeugdhulp door problematische zwangerschappen. In uitzonderlijke gevallen, veertien in 2024, worden ongeboren kinderen zelfs al doorverwezen naar het parket. Zowel de vraag naar een veilige zwangerschap met hulpverlening op maat, als naar gerechtelijk ingrijpen vanaf het moment dat het wettelijk toegestaan is, neemt niet af. En toch laten we die zwangerschappen verder ontsporen”, concludeert Verlinden.