Maandag 12 juli was het feest in Attenrode, een deelgemeente van Glabbeek. Julia Leonie Dereze-Lecocq, iedereen kent haar als Leoni, werd er 100 en, ondanks de coronacrisis wilde familie en zoon Omer dat niet zomaar laten voorbijgaan. Het huis werd versierd, bloemen geleverd en burgemeester Peter Reekmans en schepen Kris Vanwinkelen (Dorpspartij) mochten het glas komen heffen op de eeuweling. “Goed eten en vooral dagelijkse kost houdt een mens gezond.”
Dat Leoni zoiets zegt, hoeft niet te verbazen want haar leven lang kookte ze heel graag en stond ze met plezier achter het fornuis. “Op school kookte ik het beste van allemaal. Ik had wel enkele geheime ingrediënten want in onze tuin stonden veel groenten en ook kruiden.”
Wanneer ze later ging werken, ze werkte een tijdje voor een gezin op de Grote Markt in Leuven, kookte ze ook met plezier voor anderen. “Ik maakte altijd eten tegen de middag, niet tegen ‘s avonds. Wanneer ik later in een stovenwinkel aan de slag ging, maakte ik ook voor hen het eten. Die vonden dat tof want zo moesten ze er zelf niet meer aan beginnen nadat ze de winkel hadden afgesloten. Later genoot mijn gezin en mijn kleinkinderen ook wel van mijn kookkunsten (lacht).”
Liefde op het eerste gezicht
Haar man, Albert Dereze, leerde ze kennen op café. “Er waren toen geen discotheken en we kwamen toevallig in hetzelfde café terecht. We geraakten er aan de praat en ik was op slag verliefd. We zetten een plaatje op en dansten samen en van het ene kwam het andere”, herinnert ze zich levendig.
Na hun huwelijk, in 1946, ging Leonie mee aan de slag op de boerderij. “Tot dan gaf ik al mijn centen altijd af aan mijn ouders. Wij woonden lang in een lemen huisje en we zeiden dan altijd heel fier dat het geld diende om de nodige bakstenen te betalen. We mochten een beetje houden en daar spaarden we dan mee om er bijvoorbeeld zijden kousen mee te kopen, die waren duur in die tijd. Mijn zus was een professionele naaister en maakte onze kleren, zo ging dat toen. Na ons huwelijk hadden we eventjes enkele beesten, niet veel hoor zo’n 3 à 4 varkens, maar algauw schakelden we over op aardbeien, dan appelen en tenslotte peren. We hebben er hier veel geplukt hoor (lacht).”
Lees verder onder de foto.