Het zal nog wel enkele maanden hard zwoegen zijn vooraleer de Tiense Grote Markt helemaal is opgesmukt. Eens zover kan er wel een feestje van af en dat mag wat kosten. De meerderheid heeft daar, volgen sommigen een exuberant bedrag, van ? 200.000 voor over. Oppositiepartijen Vooruit (ex sp.a) en Tienen Vooruit! vinden dit een brug te ver.
“Op de gemeenteraad van 17 december stond de tweede wijziging van het meerjarenplan 2020-2025 op de agenda”, zegt Vooruit gemeenteraadslid Nele Daenen. “Opvallend in deze wijziging is het bedrag voorzien om onze Grote Markt, na alle werken, feestelijk te openen. Wij zijn natuurlijk blij dat men na meerdere jaren eindelijk de heraanleg weet te finaliseren, maar vinden het budget van ? 200.000 dat men in 2021 voorziet totaal buiten proportie. De heropening mag absoluut feestelijk worden, want wie snakt hier nu niet naar, maar dit kan wat ons betreft met veel minder middelen. Onze fractie stelt voor om dit beter deels in te zetten op buurtinitiatieven en buurtbeleving in plaats van een one shot festiviteit. Om wijken hun eigen ideeën te laten uitvoeren in overleg met de stad. Dit zou de sociale cohesie een flinke duw in de rug kunnen geven. De huidige covid-crisis heeft ons het belang daarvan nog des te meer laten zien.” Daenen vindt evenwel geen gehoor bij de meerderheid. Het feestje zit er bijgevolg wel aan te komen.
Nog in verband met het meerjarenplan benadrukt raadslid Jean Defau nogmaals dat de huidige meerderheid de opcentiemen voor onroerende voorheffing verhoogde met 100 opcentiemen wat zorgt voor een meeropbrengst van ? 1,4miljoen vanaf 2020, maar dat dit het leven van elke Tienenaar zonder meer duurder maakt. Bovendien, zegt hij, is de korting hierop voor nieuwe startende ondernemingen en kleine handelszaken nog altijd niet ingevoerd ondanks de belofte van de meerderheid om dit reeds in 2019 te doen en zelfs aangekondigde in het stadsmagazine Tiens van januari 2020. “Waar wacht men dan nog op?”, vraagt Defau zich af. “Op dat vlak is de communicatie echt niet correct. Daarnaast worden er naar ‘goede gewoonte’ opnieuw investeringen verschoven naar de komende jaren omdat men deze nog niet heeft kunnen aanvatten.”