Woon-werkverplaatsingen in Vlaams-Brabant: Koning Auto verliest terrein ten opzichte van de fiets

Leuvense burgemeesters steunen protest versmalling E40
Er lijkt in Vlaanderen een kentering ingezet op het vlak van woon-werkverkeer: Koning Auto verliest terrein. Hij doet dat ten opzichte van de fiets – in Vlaams-Brabant fietst ondertussen 37,4% van de werknemers minstens een deel van het woon-werktraject – en ook het openbaar vervoer lijkt zich te herpakken.

De auto is niet meer de automatische keuze voor woon-werkverkeer. Bovendien lijkt in bedrijfswagenparken de omschakeling van brandstofmotoren naar elektromotoren definitief ingezet. Dat en meer blijkt uit de jaarlijkse mobiliteitsbarometer van hr-dienstenbedrijf Acerta die de mobiliteitsgewoontes van 330.000 werknemers - waarvan 49.000 in Vlaams-Brabant actief zijn - in kaart brengt naar aanleiding van het aanstaande autosalon. Opvallend: de gemiddelde woon-werkafstand stijgt, in Vlaams-Brabant komt die nu uit boven de 18 kilometer, wat nog altijd lager is dan gemiddeld.

23,4% van de bedienden in Vlaams-Brabant beschikt over een bedrijfswagen, wat iets meer is dan het Vlaamse gemiddelde van 23,2% en evengoed een toename. Maar ook al blijft de (bedrijfs)wagen populair, hij is lang niet meer het enige vervoermiddel voor werknemers om zich tussen thuis en het werk te verplaatsen. Acerta’s mobiliteitsbarometer onthult zelfs een kentering: de macht van de wagen voor het woon-werkverkeer begint af te nemen. In Vlaams-Brabant verloor Koning Auto het laatste jaar 1,9% terrein en hij was er al minder populair dan algemeen in Vlaanderen. Daar staat tegenover dat de fiets zijn opmars doorzet. Het aandeel fietsende werknemers in Vlaams-Brabant steeg in 2022 met 8,2%. 37,4% kiest er de fiets voor minstens een deel van het woon-werktraject, wat wel nog altijd lager is dan het Vlaamse gemiddelde van 42,1%. Tegelijk lijkt het openbaar vervoer zich enigszins te herpakken, concreet voor Vlaams-Brabant betekent het dat trein-tram-bus 11,8% van de werknemers bereikt, wat meer is dan de 7,1% in Vlaanderen algemeen.

Figuur 1: woon-werkverkeer Vlaams-Brabant, combinaties inbegrepen: 2022 versus 2021 en versus Vlaanderen

Het woon-werkverkeer in Vlaams-Brabant, combinaties inbegrepen: 2022 versus 2021 en versus Vlaanderen

"Het is al wel langer zo dat mensen bewuster nadenken over verplaatsingen. Er is het algemeen groeiende milieubewustzijn, het gamma vervoermiddelen dat almaar diverser wordt (met bv. de step), de (elektrische) fiets die een imago-boost kreeg ... De laatste maanden komen daar de hoge brandstofprijzen bovenop. Het lijkt ervoor te zorgen dat werknemers niet meer automatisch in de auto stappen en dat de decennialange dominantie van de auto op de terugweg is", zegt Patrick Demuyler, kantoordirecteur van Acerta Leuven.

21,3% van de werknemers in Vlaams-Brabant kiest exclusief voor de fiets

De auto blijft het populairste vervoersmiddel voor het woon-werkverkeer in Vlaams-Brabant: 53,6% kiest daar exclusief voor. Opvallende tweede is de fiets: 21,3% van de werknemers in Vlaams-Brabant rijdt de afstand van en naar het werk altijd op de fiets. De elders populaire combinatie van wagen met de fiets komt in Vlaams-Brabant pas op de derde plaats. Het openbaar vervoer is hier populairder dan gemiddeld in Vlaanderen en vooral de combinatie daarvan met de fiets lijkt hier beter te werken dan elders. Ook dat brengt Acerta’s mobiliteitsbarometer in kaart.

Figuur 2: Verdeling verschillende mobiliteitsoplossingen – Vlaams-Brabant 2022

De verdeling van verschillende mobiliteitsoplossingen – Vlaams-Brabant 2022

“Dat de populariteit van de fiets in het woon-werkverkeer een blijver is, verrast niet. Wij zien bijvoorbeeld dat meer werkgevers fietsleases voorstellen en we stellen vast dat meer mensen een fietsvergoeding krijgen. Het openbaar vervoer lijkt te profiteren van verschillende evoluties, maar met bv. flexibeler abonnementssystemen die beter beantwoorden aan meer thuiswerk zou daar zeker nog winst te halen zijn", vindt Demuylder.

De bedrijfswagen: uitdoofscenario van fossiele brandstof is een feit met diesel-bedrijfswagen als verliezer

Het bedrijfswagenpark mag dan jaar na jaar blijven toenemen, positief is dat de elektrificatie ervan nu echt bezig is. Die omschakeling is een gevolg van de afbouw en uiteindelijke afschaffing van de fiscale voordelen voor bedrijfswagens met een brandstofmotor. De impact daarvan begint al duidelijker te worden. 10% van de bedrijfswagens is ondertussen een hybride wagen, de populairste is die met naast de elektromotor een verbrandingsmotor op benzine (8,8%). De full electric bedrijfswagens, waar de bedrijfswagenparken finaal naartoe zullen evolueren, zijn op vandaag goed voor nog eens 3,2%, nog altijd een kleine minderheid, maar wel weer ruim een verdubbeling tegenover 2021. Verliezer is de diesel-bedrijfswagen. Die was ooit absoluut dominant, is nu gezakt naar een 57,8%-aandeel en dat zal alleen maar verder dalen.

Figuur 3: Percentage bedrijfswagens per type brandstof 2022 vs. 2021 in België

Het percentage bedrijfswagens per type brandstof 2022 vs. 2021 in België

“Een wagen van het werk blijft voor ondernemingen een sterke troef en hoe krapper de arbeidsmarkt, hoe meer ondernemingen hun troeven uitspelen. Maar van die bedrijfswagens zijn we ook zeker dat het uitdoofscenario van fossiele brandstof onomkeerbaar bezig is. Vanaf 1 januari 2023 wordt de fiscaliteit op hybride bedrijfswagens nog wat strenger. En 1 juli 2023, D-day voor de switch naar het elektrische bedrijfswagenpark, is niet meer veraf. Het is niet zo dat er vanaf 1 juli alleen nog elektrische bedrijfswagens zullen rondrijden: lopende leasecontracten kunnen nog tot de einddatum. Maar als we mogen uitgaan van een contracttermijn van 4 à 5 jaar, zien we in 2028 de bedrijfswagens met een brandstofmotor hun laatste kilometers rijden", zegt Demuylder.

Nog enkele cijfers uit de mobiliteitsbarometer van Acerta:

  • 23,4% van de bedienden van Vlaams-Brabant heeft een bedrijfswagen, tegenover 22,6% in 2021;
  • Koning Auto minder dominant in Vlaams-Brabant: 69,2% in 2022 vs. 70,6% in 2021 en vs. 76,7% in Vlaanderen;
  • Fiets bereikt 37,4% Vlaams-Brabantse werknemers voor minstens een deel van het woon-werktraject, terug een stijging maar nog onder het Vlaamse gemiddelde van 42,1%;
  • Openbaar vervoer scoort goed in Vlaams-Brabant: 11,8% is terug op niveau van 2019 én bovengemiddeld;
  • 13 % van de bedrijfswagens nationaal is hybride of volledig elektrisch.
  • De cataloguswaarde van bedrijfswagens stijgt, maar daarover merkt Acerta meteen op dat het beter is naar het volledige kostenplaatje – de total cost of ownership (TOC) – te kijken. ​
  • De gemiddelde woon-werkafstand neemt overal in Vlaanderen toe, in Vlaams-Brabant wel het minst, nl. van 17,9 km naar 18,2 kilometer. Het zou niet onlogisch zijn dat thuiswerk daarin een rol speelt.

Over het onderzoek

De verzamelde gegevens zijn gebaseerd op een steekproef met de werkelijke loongegevens van de werknemers in dienst bij meer dan 40.000 werkgevers uit de private sector, waartoe zowel kmo’s als grote ondernemingen behoren. De steekproef van Vlaams-Brabant bevat meer dan 49.000 werknemers in dienst bij meer dan 6.000 werkgevers. De data werden via de ACERTA-Mobiliteitsbarometer verzameld tussen 2021 en 2022 en geven een representatieve weergave van de Belgische werknemerspopulatie in de privésector. ACERTA voert metingen uit op kwartaalbasis. Dit is in inmiddels de zevende editie.

    Lees meer over