Provincie wil van Getevallei landschapspark maken

Getevallei
De provincie Vlaams-Brabant dient de kandidatuur van het Meerdaalwoud, Zoniënwoud en de Dijlevallei in bij de Vlaamse regering voor de oprichting van het Nationaal Park Brabantse Wouden. Ze steunt ook de kandidaturen van het Nationaal Park Demervallei en Landschapspark de Merode. De Getevallei is kandidaat om Landschapspark Grenzeloze Getevallei te worden. (Foto provincie Vlaams-Brabant)

De Vlaamse Regering gaat tijdens deze legislatuur een aantal Nationale Parken en Landschapsparken oprichten. Gebieden met sterke landschapswaarden kunnen zich kandidaat stellen voor één van beide parksoorten.

“Zo’n park biedt een combinatie van een unieke beleving van de natuur, het landschap en de streek voor inwoners en aan binnen- en buitenlandse bezoekers. Deze parken moeten uitgroeien tot een motor voor streekontwikkeling via toeristisch-recreatieve ontwikkeling, jobs en investeringen in de infrastructuur. Bij een Nationaal Park ligt de klemtoon meer op natuur en biodiversiteit. Bij de Landschapsparken, waarvoor de kandidatuur van de Getevallei wordt ingediend, ligt de klemtoon op landschapskwaliteit en de verschillende functies van het gebied, zoals landschapsontwikkeling, recreatie, natuur, erfgoed, landbouw, wonen, bedrijvigheid en toerisme”, zegt Bart Nevens, gedeputeerde voor Leefmilieu.

Lees verder onder de foto

zomer gete

De Getevallei, de dunst bevolkte streek van Vlaams-Brabant, is een streek met nog veel open ruimte en een eeuwenoud landbouwlandschap met weiden, heggen en houtkanten of bomen in de vallei. De kleinschalige landbouwlandschappen, erfgoedparels, zoals kastelen, middeleeuwse mottes en Romeins en industrieel erfgoed, nodigen uit om te fietsen, wandelen of bezoeken.

De vallei van de Gete is één van de grootste open riviervalleien van Vlaanderen en kent een sterke historische landbouwaanwezigheid. Dat kenmerkt zich door cultuurlandschappen met een hoge  biodiversiteit.

Bart Nevens: “De kandidatuur werd ingediend door de provincie Vlaams-Brabant in samenwerking met Regionaal Landschap Zuid-Hageland en Natuurpunt, met de steun van de steden Tienen, Landen, en Zoutleeuw, de gemeenten Hoegaarden, Geetbets en Linter, Natuurpunt en Boerenbond.”

Lees meer over