Oudste sportclub van Tienen haalt wapens nog eens boven

Balboog_3

Balboogmaatschappijen zijn letterlijk op de vingers van één hand te tellen. Op zondag 15 mei houden ze na drie jaren onderbreking nog eens een schieting op de verticale schietstand in het Vianderdomein. Een unieke gelegenheid om deze – helaas wellicht uitstervende - sport nog eens van dichtbij mee te maken.

“Balboogmaatschappij Willem Tell bestaat al sinds 1841”, vertelt hoofdman Pierre Hautecler. “In het hele land zijn er nog maar vijf maatschappijen waar deze sport wordt beoefend, eentje in Brussel, drie in Aalst en wij dus. De balboog is nooit populair geworden omdat het eigenlijk een zeer dure sport was die in de 19de eeuw vooral door de elite werd beoefend. Later kregen ook modale burgers de kans om ze te beoefenen. We zijn wel blij dat we nog eens kunnen gaan schieten. Met die coronatoestanden is het inmiddels drie jaar geleden dat wij hiervoor nog eens een kans kregen.”

Lees verder onder de foto
balboog

De balboog is in tegenstelling tot een kruisboog nooit een oorlogswapen geweest. “Met een kruisboog worden pijltjes langs een gleuf weggeschoten”, verduidelijkt Pierre. “Wij schieten met loden bollen die wij ook zelf gieten. Die bollen worden met een gespannen veer weggeschoten door een loop, vergelijkbaar met die van een geweer en uiteraard bredere diameter.”

Schutters mikken naar een reeks “vogels” die opgehangen zijn in een metalen kooi, zo’n tien meter boven de grond. Er komt flink wat behendigheid aan te pas, want zo’n boog weegt om en bij de 15 kilo. Bij het richten en mikken is het kunst om niet uit evenwicht te geraken.

De aankoop van dergelijke tuigen was een kostbare aangelegenheid. Reken maar op prijzen die overeenkomen met zo’n € 2.500 tot € 3.000. “Nieuw bloed is zeker welkom”, hoopt Pierre. “Wij beschikken in onze club over een zestal bogen en het lidmaatschap bedraagt slechts € 15 per jaar. Voor de prijs moet je het zeker niet laten.”

Op 15 mei komen alle Belgische clubs naar Tienen om er een wedstrijd te betwisten.

Lees meer over