Guido Eekhaut schrijft nieuw misdaadavontuur: "Schrijven bestaat vooral uit stelen en liegen"

15 februari 2021 | 11u07 | Gepost door Anoniem (niet gecontroleerd)
Guido Eekhaut werd ooit “de koning van de onconventionele plot” genoemd, een titel die hij met trots draagt. Toch wil hij niet vastgepind worden op één genre. Zijn nieuwste boek is bestemd voor iedereen die verbaasd wil worden door avontuur.

Na lange tijd in de financiële sector gewerkt te hebben, is Guido Eekhaut uit Heverlee nu fulltime schrijver. Wij voelden hem aan de tand over zijn nieuwste roman en het schrijverschap.

Schrijf je al lang?

“Toen ik vijftien was, wist ik het al: ik zou schrijver worden! Enkele jaren later was ik er effectief mee bezig. Het heeft wel nog lang geduurd voor ik min of meer bij een wat groter publiek bekend raakte, eigenlijk pas sinds 2009, toen ik de Hercule Poirot Prijs won voor beste misdaadboek.”

Hoeveel boeken heb je al geschreven?

“Omdat niet elk geschreven boek de eindmeet haalt, weet ik dat niet. Wat gepubliceerde boeken betreft zit ik nu aan 52, voor grote zowel als kleine uitgevers, plus vertalingen.”

Wat mogen lezers van je boek verwachten?

“Een journalist noemde me enkele jaren geleden “de koning van de onconventionele plot”. Die titel draag ik met trots. Ik schrijf zowel traditionele thrillers en misdaadboeken als boeken die ver buiten elk genre vallen. Ik wil niet gevangen zitten in de beperkingen van één enkel genre. Dat lijkt me zo’n verschrikkelijk idee. Hoewel het ook voordelen heeft, want dan ben je herkenbaar voor een groot publiek.”

"Ik geloof niet in inspiratie. Overal zijn er verhalen, personages, ideeën, fragmenten en bizarre dingen te vinden."

Guido Eekhaut
Guido Eekhaut

Sommige van je boeken behoren tot het fantastische genre en jij hebt al heel wat verhalen gepubliceerd die onder andere tot het surrealisme en de Weird (een subgenre in de fictie, nvdr.) horen.

“Er is dus wat te eten voor allerlei soorten lezers. Maar altijd staan spanning en avontuur voorop, en intrigerende personages. Ik daag mijn lezers ook uit om zelf buiten genres te treden, en samen met mij op zoek te gaan naar ‘wat anders’.”

Voor welke lezer is je nieuwste boek bestemd?

“’Het Huwelijk van Tijd en IJs’ is bestemd voor diegenen die verbaasd willen worden, en in ruil daarvoor met mij op avontuur willen gaan. Dat doe ik ook in mijn boeken voor de oudere jeugd, die overigens al even gretig door volwassenen gelezen worden. Sommige boeken, zoals de Amsterdam-trilogie, of de romans die ik onder de naam Nellie Mandel schreef, zijn veeleer conventionele misdaad- of spionageboeken. Maar de dingen die ik de voorbije jaren deed, zoals ‘Q’, ‘Slender Man’ en ‘De Verdwijning’, zijn veel méér ambitieus. Met ‘Het Huwelijk van Tijd en IJs’ ga ik de richting in van een avonturenroman, met een vreemd mysterie in het centrum daarvan.”

Waarover gaat het boek?

“Drie mensen die elkaar niet kennen, nog nooit met elkaar gesproken hebben of van elkaar gehoord hebben, blijken met elkaar verbonden te zijn. Zij maken namelijk allemaal jacht op één persoon: Lönnroth. Wanneer blijkt dat hun vaders hebben meegewerkt aan een experiment van Lönnroth op Antarctica, zijn ze vastbesloten het mysterie op te lossen rond de verdwenen meisjes, Lönnroth en wat hun vaders daarin bijdragen.”

"Ik heb de voorbije tien jaren nooit een probleem gehad om voor al mijn literaire projecten een uitgever te vinden."

Guido Eekhaut

Waar heb je je inspiratie gehaald?

“Nergens. Ik geloof niet in ‘inspiratie’. Overal zijn er verhalen, personages, ideeën, fragmenten en bizarre dingen te vinden die je als schrijver kan gebruiken. Overal zijn er boeken die je iets te vertellen hebben en waaruit je ideeën kan stelen. Schrijven is geen eerbaar beroep: het bestaat voor een deel uit stelen en liegen, want je verzint dingen die je voor de werkelijkheid wil laten doorgaan. Schrijven doe je ook de hele tijd, ook al raak je als het ware geen pen aan. Het is een manier om naar de wereld om je heen te kijken en te denken: mmm, misschien kan ik daar iets mee doen. Dan komt het erop neer die verhalen te kneden tot ze iets van jezelf worden.”

Hoe lang heb je aan dit boek gewerkt?

“Tot verbazing van velen en ergernis van enkelen schrijf ik snel en doeltreffend. Meestal heb ik een eerste versie klaar na zes à acht weken. Dat was bij ‘Tijd en IJs’ niet anders. Daarna wordt er herschreven, geschrapt, bijgevoegd. Dan valt mijn vaste proeflezeres het boek aan en vertelt ze me wat er mis mee is, en wat later is de finale versie klaar. Het is een proces van drie maanden, maar die drie maanden liggen niet noodzakelijk achter elkaar. Ik ben met verschillende boeken tegelijk bezig, in verschillende stadia van afwerking.”

Was het makkelijk om een uitgever te vinden?

“Mijn vaste uitgever voor de boeken voor volwassenen onder mijn naam is Vrijdag in Antwerpen. Ik werk daar met mensen die ik al m’n hele leven ken en die mij mogen zeggen dat ze een boek niet goed vinden als dat het geval is. Ze doen dat occasioneel ook. Maar wanneer ze het wél goed vinden, gaan ze er ook helemaal voor. Ik heb de voorbije tien jaren nooit een probleem gehad om voor al mijn literaire projecten een uitgever te vinden, ook niet voor de jeugdboeken die bij Clavis verschijnen.”

Heb je al reacties van lezers gekregen?

“Er waren opvallend veel positieve reacties, die veel aandacht hadden voor het feit dat het boek tegelijk spannend is en ook durft filosofisch te zijn. Dat bewijst dat er een publiek is voor het ‘moeilijkere’ boek. Zelfs een grote krant zette het vooraan in een lijst van te lezen spannende boeken voor de winter, in een rijtje waar ook Stephen King in voorkwam. Mijn boek vertoeft dus in goed gezelschap. (lacht) ‘Het Huwelijk van Tijd en IJs’ zal misschien geen bestseller worden, maar ik ben al tevreden met mijn status als cult-auteur.”

Guido Eekhaut

Tekst: Ann Peeters

Foto's: if

Lees meer over